Centrum voor Samenleving, Kerk en Cultuur
Centrum voor Samenleving, Kerk en Cultuur
Centrum voor Samenleving, Kerk en Cultuur

Aan- en afleren

door | sep 22, 2026

Ik ben geboren in 1945 en heb dus inmiddels ruim tachtig jaar kunnen oefenen in aanleren en afleren.
Het voordeel van zo’n lang leven is dat je veel kunt leren. En ik hèb veel geleerd, zeker als je alleen al alle technologische ontwikkelingen ziet.
Het nadeel is dat je er later achter komt dat je een deel daarvan net zo hard weer moet afleren.
En soms moet je zelfs opnieuw aanleren wat je eerder met veel moeite had afgeleerd.

Als opgroeiende puber at ik tussen de middag zes boterhammen. Vier met beleg en twee met tevredenheid. Niet alleen omdat we thuis niet ”breed” hadden, ook toen werd ons al geleerd dat kinderen in arme landen het veel minder hadden.
Twee met niks was geen probleem. Je bewoog de hele dag en niemand vertelde je hoeveel calorieën erin zaten. Calorieën bestonden waarschijnlijk al wel, maar wij leerden ze nog niet.

Op de lagere school begon de week serieus. Iedere maandag moest ik een thuis uit het hoofd geleerd psalmvers opdreunen. Begrijpen wat je zong was kennelijk van minder belang dan zorgen dat je het foutloos kon opzeggen.

Neem Psalm 1 vers 1:
“Welzalig hij, die in der bozen raad
Niet wandelt, noch op ’t pad der zondaars staat,
Noch nederzit daar zulken samenrotten…”

Als lagere-schoolkind sprak ik nooit over “der bozen raad” of “samenrotten”, maar de woorden moest ik wel uit mijn hoofd leren.
Het “pad der zondaars” kwam in onze straat overigens wél voor, want daar woonden alleen maar katholieke kinderen. Wij vielen dus behoorlijk uit de boot.
Of zij de zondaars waren of wij, daarover bestond aan beide kanten vermoedelijk weinig twijfel.

Dat is trouwens een merkwaardige vorm van aanleren: teksten die je niet begrijpt, blijven soms een leven lang in je hoofd zitten, terwijl je tegenwoordig naar boven loopt en halverwege niet meer weet wat je daar ging halen.
En als je het uiteindelijk weet, sta je alweer beneden.

Ook in de kerk viel er veel te leren. Dominees konden ellenlange gebeden voorlezen in een taal die zelfs toen al behoorlijk ouderwets klonk. Als kind leerde je daarbij vooral één belangrijke vaardigheid: stilzitten.
Heel lang stilzitten.
Met je ogen dicht.
En vooral niet kijken of de anderen hun ogen misschien wél open hadden.
Wat natuurlijk alleen maar te controleren viel door zelf te kijken.

Andere dingen leerde je juist niet.
Mijn ouders lieten — in ieder geval waar wij kinderen bij waren — nauwelijks emoties zien. Over gevoelens werd niet gesproken. Liefde en zorg waren er wel, maar die zaten vaker in wat er gedaan werd dan in wat er gezegd werd.
Daardoor heb ik het uiten van emoties zelf ook niet jong geleerd. Dat kwam pas veel later. Misschien is dat een van de belangrijkste dingen die ik in mijn leven alsnog heb moeten aanleren: zeggen wat je voelt en laten merken wat een ander ècht voor je betekent.

Vreemd eigenlijk.䛚elf je fietsband leren plakken vonden we vanzelfsprekend. Maar voor leren voor omgaan met emoties bestond geen gebruiksaanwijzing.

Op het praktische vlak leerde je van alles.
Die lekke fietsband bijvoorbeeld.
Die bracht je niet naar de fietsenmaker. Die plakte je zelf. Buitenband eraf, binnenband eruit, oppompen, luisteren waar het siste — of de band door een bak water halen — schuren, solutie erop, even wachten, plakkertje erop en alles weer terug.
Daarna bleek meestal dat je de echte oorzaak, een minuscuul stukje glas dat nog in de buitenband zat, over het hoofd had gezien en kon je opnieuw beginnen.
Maar dat overkwam je geen tweede keer – weer wat geleerd….. En: je kón het in ieder geval wel. Kom daar vandaag maar eens om.
Tegenwoordig kunnen we met één vinger de hele wereld bereiken, maar bij een lekke fietsband gebruiken we diezelfde vinger om op internet iemand te zoeken die hem voor ons kan plakken.

Naast alles wat ik moest aanleren, heb ik ook het nodige moeten afleren.
Mijn eigen-wijsheid bijvoorbeeld.
Dat woord zeg ik met opzet met een streepje. Ik beschikte namelijk over een behoorlijke hoeveelheid eigen wijsheid. Vooral toen ik jonger was: “Freekje weet alles beter…”
Met het ouder worden is dat minder geworden.
Niet omdat ik nu alles weet.
Integendeel.
Ik weet inmiddels vooral beter hoeveel ik níét weet.
Dat is trouwens een van de voordelen van ouder worden: je krijgt steeds minder behoefte om overal gelijk in te krijgen.
Hoewel ik natuurlijk nog steeds graag gelijk héb.

Ook relativeren heb ik gaandeweg geleerd. Dingen die vroeger van levensbelang leken, blijken achteraf soms niet meer dan een lekke fietsband: vervelend, maar meestal te repareren.

En dan is er nog iets wat we misschien juist hebben áfgeleerd.
Lachen.
Er valt zo weinig te lachen tegenwoordig, horen we. Het nieuws helpt inderdaad niet mee. Wie niet oppast krijgt dagelijks voldoende ellende binnen om te denken dat de wereld uitsluitend nog bestaat uit oorlog, ruzie, crises en slecht weer. Tegelijk lijkt het soms dat we daar immuun voor worden: we kunnen er ook niet meer om huilen.
Maar misschien hebben we vooral afgeleerd om een beetje om onszelf te lachen.
En dat is jammer.
Want na ruim tachtig jaar heb ik wel geleerd dat de mens een merkwaardig wezen is. Eerst leren we iets met grote overtuiging aan, vervolgens schaffen we het af omdat het ouderwets is, en dertig jaar later voeren we het opnieuw in – vaak onder een Engelse of andere naam.
Zuinigheid werd ouderwets en kwam terug als duurzaamheid.
Een wandeling heet tegenwoordig joggen.
Even niets doen heet onthaasten.
En bij zes boterhammen eten denk je al gauw aan ongezond eetgedrag.

Ja, het leven is één grote leerschool: ontdekken dat je nooit klaar bent met leren en dat afleren soms nog moeilijker is.

Maar als ik uit al die jaren één ding opnieuw zou willen aanleren, dan weet ik het wel.

Die lunch van vroeger.
Zes boterhammen.
Vier met beleg.
En twee met tevredenheid.
Vooral die laatste twee.

Want – zet de televisie maar aan – van alles wat we in de loop der jaren hebben afgeleerd, zou tevredenheid weleens het enige kunnen zijn waarvan we wat meer op ons bord zouden mogen hebben.

Alle columns

Ik bid nie veur brune bone…

Zeker de ouderen onder ons weten zich deze legendarische uitspraak van Bartje in de gelijknamige roman van Anne de Vries uit 1935 nog wel te herinneren. Opgegroeid in een ver onder het sociaal minimum levend Drents arbeidersgezin zet moeder een pan bruine bonen op...

Wat is eigenlijk gezond?

Het is tijd voor écht gezond voedsel: we eten onszelf ziek – kopte Trouw gisteren. Caring Docters wil een eind maken aan de gehaktbal en het sudderlapje in de zorg. En niet alleen in de zorg, maar ook thuis wordt gepleit voor gezonder eten. Wen er maar alvast aan,...

Woorden van zachtheid en dialoog…. Nou ja zacht…..

Woorden kunnen bedriegen, bedreigen en misleiden. Woorden kunnen mensen wegzetten of een begin vormen van verwijdering. Woorden kunnen daarentegen ook een positieve kracht kunnen vormen. Woorden kunnen uiting geven aan wat er van binnen leeft. Ze kunnen helen, mensen...

Hoe weet je wat waar is?

Beste mensen Hoe weet je wat waar is? Het thema is wellicht mede ingegeven door de ontwikkelingen op het gebied van A.I. Die kunstmatige intelligentie heeft vast positieve en negatieve kantenm maar daarvan en van de electronische manipulatie, die daaruit voortkomt,...

Weet u hoe laat het is?

Weet u hoe laat het is? Het simpele antwoord is ...   Er zijn echter tijdstippen die niet op je horloge staan.Die tijdstippen liggen alle rond het middernachtelijk uur.Tijden bij nacht en ontij: 5 voor 12; 2 voor 12 Het ultieme onheil lijkt nabij. Om...

Volgende bijeenkomst

Er zijn op dit moment geen bijeenkomsten gepland.